Monthly Archives: February 2014

Stadsvlucht=parkvlucht

Jonge gezinnen willen een tuintje, wonen in de stad wordt te duur voor jonge gezinnen, jonge gezinnen trekken weg uit de stad. U kent de riedel. Er zijn verschillende redenen voor, maar een belangrijke is dat jonge gezinnen willen dat hun kinderen plaats hebben om te spelen.
Gent heeft van kindvriendelijkheid een beleidsprioriteit gemaakt, maar totnutoe vertaalt zich dat vooral in een fietsvriendelijk mobiliteitsbeleid, en nu het plan voor een tijdelijke speeltuin. Tof, ik was even heel enthousiast, maar in de zomer zijn er natuurlijk al heel wat tijdelijke ‘speeltuinen’. En het centrum is al voor een groot stuk autovrij en jonge gezinnen vrij. Vooral een leuke gimmick dus?

Jonge gezinnen die in Gent wonen moeten ook op doordeweekse dagen op zoek naar een plek in hun buurt waar ze hun stadsgrut tussen de bedrijven door even kunnen laten rennen en klauteren. Vooral in de buurten waar het voor jonge gezinnen nog betaalbaar wonen is.

We wéten dat er parken zijn, en speeltuinen. We weten dat er geweldige speeltuigen staan, en heuvels en grasperken. Vele vierkante meters. Dat er veel tijd en geld ging in het ontwerp ervan. Maar we weten ook hoe ze er bijliggen, en hoe het is om er te gaan spelen. Ze zijn vaak niet gewoon vuil maar ronduit smerig. Bierblikken en kapotte flessen tot halfverteerd eten en gebruikt maandverband. Hondenstront galore. Loslopende honden, met muilen vol tanden op peuterneushoogte. Ook de rondslingerende drugsspuiten zijn geen mythe. En ik weet niet hoe het in uw tuin zit, maar in ons park wonen er ook wel eens mensen in de struiken.

Het ene park is natuurlijk het andere niet, maar 20 minuten moeten fietsen met kleine kinderen om even te kunnen spelen is niet wijs.

Dus terwijl u daar in uw tuin bij de schommel staat te denken aan schommelen sta ik aan net zo’n schommel te denken aan dat huis dat te koop stond in Zingem en dat pendelen en een auto kopen en elke dag in de file staan misschien toch nog niet zo heel erg is. Want stel je voor dat we onze kinderen kunnen loslaten in een eigen tuin zonder stront en vuiligheid zeg. En ondertussen een koffie drinken in de zekerheid dat ze geen ringweg op rennen. 30 seconden mijn ogen kunnen sluiten met de zon op m’n snoet. Steljevoor.

Stadsvlucht is parkvlucht. Daar verandert een tijdelijke zandbak niets aan. Als je jonge gezinnen in de stad wil houden moet je zorgen voor gedeelde buitenruimte die even kwalitatief is als een eigen tuin. Of die een meerwaarde heeft. In de zomer lukt dat nu al aardig, met DOK en Parkkaffee en de buurtfeesten en de overdaad aan heerlijke kinderdingen tijdens de Gentse Feesten. En nu dus een centrumzandbak.

Maar mijn kinderen wonen hier het hele jaar door.

Wat suggesties, van een ervaringsdeskundige tussen allemaal andere ervaringsdeskundigen, en na het testen van speeltuinen in verschillende landen:

1. Zet in grotere parken zoals de Groene Vallei in het weekend en why not op woensdagnamiddag een parkwachter. Dat kan vast via betaalbare statuten, of onder het statuut van stadswacht. Eentje maar. Een vrijwilliger desnoods. Trek hem een officieel vestje aan en zorg dat hij in het park is en blijft, en mensen aanspreekt die over de schreef gaan en zelf ook aanspreekbaar is. Start met een testperiode wanneer de zon schijnt. Why not? Het is een prioriteit in het stadsbeleid, toch? Het is bizar dat bijna elke lege museumzaal voltijds een suppoost krijgt, terwijl volle parken het zonder enig toezicht moeten stellen? Wat zegt dat over de waarde die een stad hecht aan haar kinderen, en aan haar buitenruimte? Ik ben geen fan van GAS-boetes maar als het experiment in het Kokerpark vorig jaar iéts aantoonde, is het dat controle wérkt. Op de dagen dat er een sociaal werker in het park liep die mensen aansprak als ze iets op de grond dreigden te gooien, bleef het park proper. Dat waren mensen die werkten voor de stad, of voor vzws die met wijkbeheer bezig zijn. Ik ben dat niet. En als ik met mijn kinderen naar het park ga en ik moet daar elke keer de hondenstront van mijn kinderen afschrapen of een creep aanspreken of hij alstublieft zijn pitbull wil aanlijnen of zijn rommel wil oprapen en als ik dan elke keer opnieuw afgebekt wordt dan is mijn uurtje spelen elke keer om zeep.

2. Zet er ook een kiosk die koffie heeft, of nog beter: pannenkoeken en witte wijn. Zet er misschien een paar stoeltjes en een tafeltje bij. Het zal u misschien verbazen, maar ook mensen zonder tuin willen graag zitten en iets drinken. Gezellig samenzijn met familie of vrienden terwijl de kinderen samen buitenspelen. Samen een oogje in het zeil houden, waardoor iedereen een beetje kan ontspannen. Co-working spaces zijn hip, maar als kindvriendelijkheid een prioriteit is, waarom geen co-parenting spaces? En ook: niet iedereen is fan van picnic, en spelende kinderen krijgen ook honger en dorst. Wie geen tuin heeft kan dan niet even naar de koelkast lopen, en ik heb meer nodig dan een ton met een rooster op om iets te kunnen eten.
Een kiosk zorgt meteen ook voor meer leven en meer sociale controle, en je kan er een EHBO-kistje in kwijt.

3. Speelruimte is voor kinderen en enkel voor kinderen. En hun ouders, als ze braaf zijn. “Gemengd verkeer” is in andere stedenbouwkundig toepassingen misschien discutabel, voor kleine kinderen is het gewoon not done. Laat de speelruimte niet naadloos overlopen in een fietszone, of een busbaan. Steek je peuters niet samen met je junks. Er zijn leukere verrassingen dan te merken dat het openbaar toilet net naast de zandbak (“Mama! Ik moet kaka doen! NU!”) eigenlijk een stadhuiscodewoord is voor gedoogde heroïnespuitplek. Handig, voor de drughulpverlening. Minder, met een kleuter en een nieuwsgierige peuter.

4. Zorg dat er ook ergens onderdak is. Een hele speeltuin onder een afdak zou in principe mogelijk zijn, als je het geval boven het busstation van Gent-Sint-Pieters bekijkt, maar het kan ook veel kleiner. Wij wonen in Gent vaak in kleine rijhuizen. Dit is België. Kinderen willen ook spelen als het regent. Als er al een tijdelijke speeltuin nodig is, dan is het een tijdelijke winterspeeltuin. Ook fijn, en eenvoudiger: een schuilplek. Zodat je niet bij elke bui meteen de baby moet inpakken en met chagrijnige kinderen door de regen moet beginnen fietsen.

5. Zorg dat we onze kinderen kunnen zien, en dat we kunnen zitten. Dat klinkt onnozel, maar bij de meeste Gentse speeltuinen zijn er ofwel geen bankjes, of ze staan te ver van de speeltuigen, of ze staan pontificaal naar de andere kant gedraaid.

6. Zorg voor grenzen. Als een kind zo vanuit het park of de speeltuin de straat kan oprennen dan laat ik het daar liever helemaal niet rennen. Ik ben daarin niet de enige denk ik. Het is niet strak en esthetisch, maar speeltuintjes met hekken en een poortje rond werken wel, en zie je veel in meer kindvriendelijke landen. (Heggen of vlechtwerk werken ook, maar ik hoor de groendienst nu al tot hier zuchten.)

7. Bekijk de bevoegdheden. Het is absurd dat er voor glas op de autoweg wél een meldpunt is dat snel opgevolgd wordt, maar je voor glas op een speeltuin de groendienst moet contacteren die het dan op hun volgende ronde eens zullen bekijken. Ik weet niet hoe het in andere steden zit, maar in Gent zitten parken en speeltuinen enkel en alleen bij de groendienst denk ik. Alsof mijn kinderen bomen zijn. Alsof parken enkel dienen om arm in arm keuvelend doorheen te wandelen.

8. Honden. Fuck honden. Zeker de loslopende, wildkakkende soort. Awoert.

9. Parken en speeltuinen worden zelden besproken in Buurt Bestuurt vergaderingen en andere stadsparticipatie-initiatieven, omdat daar zelden veel mensen met kleine kinderen zitten. Dat betekent niet dat niet veel mensen ze belangrijk vinden. Wij zitten wellicht thuis doodmoe te zijn bij slapende kinderen, en op pakweg immoweb rond te surfen. Mail ons, benader ons via de buurtschool, doe iets met Facebook, want we zijn hier (voorlopig) wel degelijk, en we stemmen, en we zouden écht graag blijven.

Serieus, Kind&Gezin?

Ergens eind november kregen we op de crèche van de jongste zoon een bijeengeniet document van 5 pagina’s in de hand gedrukt. Stukken waren doorstreept en met de hand bijgeschreven. Een heel verhaal over registreren voor inkomensberekening. In het Nederlands, warrig, en veel te vaak gekopieerd. Er wordt in verwezen naar drie verschillende websites, vijf stappen, vier documenten.

Om te registreren heb je een e-id, een kaartlezer, en een pincode nodig. (En een computer en internetverbindingen en vloeiend geschreven Nederlands en vergevorderde kennis van ons ambtelijk systeem.) En best ook veel geduld en Twitter want daar belooft Kind en Gezin je op de hoogte te houden over wanneer het systeem werkt en wanneer het weer platligt.

Ik heb geluk. Ik heb bijna alles. Ik ontbreek alleen een pincode en een kaartlezer. Ik heb die dingen nog nooit eerder nodig gehad namelijk.

Ik google. Ik blijk eenvoudig online een pincode te kunnen aanvragen. Die wordt dan naar mijn gemeentehuis verzonden, en dat kan enkele weken duren. Ik heb geen idee waarom die niet maar mijn huis verzonden wordt, of desnoods naar mijn postkantoor. Of, laat ons helemaal gek doen, mijn mailbox. Maar ik wacht.

Ik wacht 3 weken en ontvang dan een brief dat ik mijn nieuwe identiteitskaart mag gaan ophalen én dat ik een nieuwe identiteitskaart mag gaan aanvragen. 22 euro, foto’s, the works. Ehm. OK. Maar ik heb geluk, ik spreek Nederlands en ik heb internet op mijn telefoon en universitaire diploma’s en ik heb geen reden om bang te zijn van diensten die ‘burgerzaken’ heten dus ik google het telefoonnummer van de betreffende dienst en ik leg het uit en ik laat me doorverbinden en daar leggen ze me uit dat die een brief eigenlijk betekent dat ik wel pincodes kan komen ophalen maar dat mijn identiteitskaart ook bijna verlopen is en ik daar dan weer nieuwe puk- en pincodes bij krijg.

Zo’n nieuwe identiteitskaart duurt sowieso weer enkele weken, en ik moet registreren voor 31 januari. Ondertussen heb ik gelukkig de vijf pagina’s papieren documentatie en de site van Kind&Gezin en de site van de Federale Overheid grondig bestudeerd, en er blijkt een alternatief: aanmelden met het federaal token.

Op de redelijk retro website (het ding is eigenlijk in alle opzichten gruwelijk) kan je als ‘doelgroep burgers’ aanmelden voor een ’Mijn egov-profiel’ via een ‘triplet’. Het gaat er over ‘huidige roltoekenningen’ en ‘aanmeldmogelijkheden voor egov-applicaties’ maar ik heb chance, want ik snap dat allemaal. Ik vul braaf rijksregisternummer, identiteitskaartnummer en siskaartnummer in want ik héb dat gewoon allemaal en ik versta de ambtelijke taal en krijg keer op keer een foutmelding.

Maar opnieuw, ik ben godzijdank een mondige Vlaming met het soort job waarbij je al eens een google en een telefoontje kan doen tijdens de werkuren dus ik klik en klik verder tot ik een telefoonnummer vind. “Ha ja mevrouw maar dat federaal token, dat bestaat niet meer. Dat triplet, we hadden daar teveel gedoe mee. En nee, wij zijn van de kruispuntbank. Ons telefoonnummer staat daar op die site, maar dat is onze verantwoordelijkheid niet hé. Nee het is mijn job niet om te weten van wie wel nee. Nee.”

Maar gelukkig zit ik op twitter! En heb ik een groot bakkes! Dus ik vraag aan @belgiumbe hoe het zit met dat token en drie dagen later kunnen ze me bevestigen dat ze op de site van Knack gelezen hebben dat je nu inderdaad een eid en pincode en kaartlezer nodig hebt om een federaal token aan te vragen. Het federaal token dat hun eigen website en die van Kind & Gezin promoot als alternatief voor wie geen eid of pincode of kaartlezer heeft.

Juist.

Dan maar naar de Kind&Gezin lijn bellen, want een emailadres geven ze niet en ik MOET ze contacteren voor 31 januari of ik moet de volle pot betalen. Daar waarschuwt het eentalig Nederlandstalig bandje “door de extra-media-aandacht krijgen we extra veel oproepen”. Stoute media. “Heb je een ‘e-mailadres en rijksregisternummer, druk 2” . ik druk 2. “Je kan je berekening zelf doen via onze website. Wil je dit antwoord opnieuw beluisteren, druk 1.”

Juist. Dank u, bandje.

In onze crèche spreekt het merendeel van de ouders geen Nederlands. Elk jaar proberen de verzorgsters schoenen te vinden voor kindjes die in december op sandalen komen. En passant zetten ze brede wijkprojecten op, doen ze voorleesprojecten, gezondheidspromotie voor ouders en kinderen, kledinginzamelacties, pamperinzamelacties, leren ze Bulgaars en Turks en Ghanees. Bellen ze verwoed rond voor tolken en sociaal assistenten en papieren en attesten. Elke maand komen er zo nieuwe ouders toe. Vroeger moesten die één papier afgeven of laten afgeven op de crèche zelf en kwam alles in orde. Nu moeten die online geregistreerd worden volgens bovenstaande procedure. Ouders die maar een beetje Nederlands kunnen, maar wel heel hard hun best doen. Die nog niet alle papieren hebben, die vaak wantrouwen over ambtenaren en registraties meenamen van elders.

Probeer mijn saga eens over te doen als iemand die maar een heel klein beetje Nederlands kan, en geen internet heeft? De crèche-verantwoordelijke loopt al maanden achter iedereen aan en zit nu non-stop aan de lijn met de tolkentelefoon. Om toch maar te proberen om ‘haar’ ouders van de onterechte maximumfactuur te behoeden. Zij probeert nu voor tientallen ouders te regelen wat ik in mijn eentje niet rond lijk te krijgen, in talen die ze niet spreekt, tijd die ze niet heeft, met beleidsmensen die in een ivoren toren zitten en haar niet willen vertrouwen en niet willen begrijpen. En zonder dat ze ook maar iets van extra hulp krijgt.

Terwijl dat helemaal niet nodig blijkt. En niet alleen omdat een stadscrèche geen reden heeft om te foefelen met ouderbijdragen.

Ik heb uiteindelijk op andere nummertjes geduwd en de lijn op luidspreker gezet tot ik iemand aan de lijn kreeg bij Kind&Gezin. Ze gaan me over een paar weken terugbellen. Vanop een anoniem nummer. Ze konden me nog niet zeggen wat ik ze dan precies nog moest vertellen, maar ik moest mijn nettobelastbaar inkomen de volgende weken ten allen tijde klaarhouden. En alles was in orde voorlopig omdat ik gebeld had. Ik kon geen bewijs krijgen van het feit dat alles in orde was omdat ik gebeld had. Niemand kon me mailen. Maar iemand zou langs de telefoon kunnen doen waar ik en al die duizenden andere ouders zogezegd een eid en pincode en kaartlezer en computer met internet en werkend registratiesysteem en twitter voor nodig hebben.

En ondertussen ploetert onze crècheverantwoordelijke verder. Ondanks het feit Kind&Gezin en de Vlaamse Overheid haar plots minder betrouwbaar blijken te vinden dan een anonieme beller op een random moment.